Het is altijd een
heksenketel in de haven van het eiland Hydra, waar Vassilis met zijn
Nederlandse klanten binnen zeilt. Vaak een hele toer om aan te meren zonder
schade te maken, met zoveel onervaren zeilers op het water. Dit jaar is het,
net als overal, rustig. Als hij de lijnen om de rotsen vastlegt komt de havenmeester,
met een ‘Jassoe Vassilaki’, aanlopen.
“Wanneer regel je eens wat ringen op de
rotsen?”, vraagt Vassilis hem, “nu struikelen de toeristen over de lijnen.” ”Ach”,
zucht de havenmeester, ”je speelt met onze pijn! We hebben daarvoor al 6 jaar
geleden een aanvraag gedaan, maar de archeologische dienst heeft nog geen
goedkeuring gegeven.” De rotsen in de haven van Hydra zijn van archeologische
waarde, er wordt zuinig mee omgesprongen. Er mag niet zomaar door ‘Jannis en
alleman’ in geboord worden om er haken en ogen in vast te pinnen, om het de zeilers
wat makkelijker te maken.
De volgende
ochtend is Vassilis voor dag en dauw op. Net als hij een slok koffie wil nemen
verschijnt de havenmeester met een wethouder op de rotsen.”Vassili,
kalimera!”roept de havenmeester glunderend, “we komen de ringen plaatsen!” Een
stel gemeentewerkers beklimmen de rotsen met enorme boren. De wethouder maant
de havenmeester de stroom aan te sluiten, maar…er is geen stroom. De wethouder
beveelt: ”Bel Jannis! Zeg hem de stroom
aan te sluiten!”
Jannis wordt gebeld, maar hij weigert de stroom aan
te sluiten zonder orders van de burgemeester zelf, zoals de wet het
voorschrijft. De wethouder wordt kriegelig, en roept nu zelf in de telefoon:”
Sluit die stroom aan! Begrijp je niet hoe ons land zo geworden is zoals het
momenteel is?” Woest brult hij nu: ”Er moet hier gewerkt worden! Doe wat ik je
zeg en sluit de stroom aan!” Vassilis, de ietwat verbaasde, maar zeer
geanimeerde toeschouwer van dit tafereel, vraagt de havenmeester fijntjes: ”Is
er soms een vergunning nodig van de provincie om de stroom aan te sluiten?”
Uiteindelijk komt het goed met de stroom, en
na 6 jaar wachten wordt er geboord in de oeroude rotsen van Hydra. In het
schilderachtige stadje, met de authentieke architectuur, gaan enkele luiken
open. Ezels- die het vervoermiddel van dit autoloze eiland zijn- balken hier en
daar. Het boren is oorverdovend. De wethouder, geheel in zijn element, geeft nieuwe
bevelen. De ringen moeten uit de opslagplaats worden gehaald. “Het zijn er
42,”roept hij nog, “ik heb het nagekeken.” Even later komen de gemeentewerkers
terug met de verklaring dat, buiten dooie kakkerlakken, slechts 2 ringen
gevonden zijn. De wethouder is nu ziedend. Tierend en scheldend vertrekt hij,
de antieke rotsen als gatenkazen achterlatend.
”Griekenland gaat ten onder aan de polinomia
(overregulering)”,vindt Vassilis.”Alle bestaande wetten en wetjes vergroten de
mazen van het net. Met een slimme advocaat kun je alle kanten op, net hoe het uitkomt.
Om transparantie te bereiken moet de wet worden herschreven.” Aristotelis zei:
”Ook wanneer wetten opgetekend staan, betekent dat niet dat ze onveranderlijk
moeten blijven.” Hij was een wijs mens.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten