“Weet je hoeveel
de Olympische Spelen in 2004 ons gekost hebben?”, vraagt de oude man aan het tafeltje naast ons zijn vrienden. Hij
laat de kralen van zijn komboloi een voor een tussen zijn vingers door klikken.
“Acht en een half miljard!”, zegt hij, iedere lettergreep benadrukkend, “het is
een van de oorzaken van het tekort wat de afgelopen jaren ontstaan is.” Ik zit
met mijn vriendin in het nieuw geopende kafenion in onze buurt. De inrichting
is geheel in oude sferen: de authentieke tegels op de vloer- met zwarte, grijze
en witte geometrische motieven- de wit marmeren tafeltjes, de houten stoelen .
50 jaar geleden hadden we hier niet kunnen zitten: in het kafenion kwamen
alleen mannen.
Aan het tafeltje naast ons, waar de mannen uitbundig discussieerden, onder het genot van een glaasje raki, worden nu de koppen bi j elkaar gestoken. “Eleni?”, vraagt de tengere man met het brilletje, “heeft ze kanker?” “Ze is geopereerd, alweer maanden geleden”, antwoord de man met het witte haar. “Maar ze is niet verzekerd sinds ze gescheiden is en had geen geld voor de chemokuren. Ze heeft toen maanden gewacht.” Het blijft even stil aan het tafeltje naast ons. “Maar Eleni komt uit een welgestelde familie”, zegt het brilletje ongelovig, “ ze verhuurde twee winkelpanden.” De fles raki staat onaangeroerd op de tafel, alle glazen zijn neergezet. “Die staan alweer jaren leeg”, reageert de man met het witte haar,”Eleni zit financieel aan de grond. Ze kwam uiteindelijk terecht bij de sociale dokterspost. Daar is ze geholpen en nu doet ze de chemokuren gratis. Deze artsen doen fantastisch werk!”
Twee
geurende kopjes koffie verschijnen op ons tafeltje. “Ik trakteer”, zegt mijn
vriendin die zichtbaar geniet.
“We hebben het nog best goed”, vindt ze. Ze buigt
zich naar me toe, zegt op gedempte toon: ”Bij mijn zwager hebben ze de stroom
afgesloten. Hij had zijn rekening al maanden niet betaald. Geldproblemen.”
Iedere maand worden 30.000 stroomaansluitingen afgesloten vanwege schulden.
Hierop is harde kritiek : iedereen heeft recht op stroom, en bedrijven zouden
gesteund moeten worden. “Iedere maand”,
peinst mijn vriendin hardop, “in een jaar komen er dus 360.000 gezinnen of
bedrijven zonder stroom te zitten!”
Aan het tafeltje naast ons, waar de mannen uitbundig discussieerden, onder het genot van een glaasje raki, worden nu de koppen bi j elkaar gestoken. “Eleni?”, vraagt de tengere man met het brilletje, “heeft ze kanker?” “Ze is geopereerd, alweer maanden geleden”, antwoord de man met het witte haar. “Maar ze is niet verzekerd sinds ze gescheiden is en had geen geld voor de chemokuren. Ze heeft toen maanden gewacht.” Het blijft even stil aan het tafeltje naast ons. “Maar Eleni komt uit een welgestelde familie”, zegt het brilletje ongelovig, “ ze verhuurde twee winkelpanden.” De fles raki staat onaangeroerd op de tafel, alle glazen zijn neergezet. “Die staan alweer jaren leeg”, reageert de man met het witte haar,”Eleni zit financieel aan de grond. Ze kwam uiteindelijk terecht bij de sociale dokterspost. Daar is ze geholpen en nu doet ze de chemokuren gratis. Deze artsen doen fantastisch werk!”
Griekse
patienten zijn onderverdeeld in twee
groepen: de verzekerden –die toegang hebben tot het gezondheidssysteem- en zij
die met hun werk ook hun verzekering verloren. Deze laatsten moeten alles uit
eigen zak betalen. Voor hen werd in 2011 de sociale dokterspost opgezet door
drie artsen. Momenteel zetten 30 artsen, met verschillende specialisaties zich
in voor onverzekerden, plus 25 tandartsen, 8 psychologen en 5 apothekers. “Het
is onbegrijpelijk dat ons land tot de geciviliseerde wereld wordt gerekend,
terwijl we het recht op genezing, levensverlenging en een waardige dood moeten
ontberen”, zegt een van de artsen hierover. Liefdadigheid is niet voldoende om
de problemen op te lossen.
Mijn vriendin, die ook heeft meegeluisterd naar het gesprek van de mannen, buigt zich
naar me toe: “Gezondheid!”, zegt ze, “wat ik je nog vertellen wilde….” Er volgt
een lang gesprek dat ons ver van de crisis verwijdert.