Geertje Spiliotopoulou-Nieuwenhuis woont met haar man Vassilis in de havenstad van Griekenland, Piraeus, samen met hun kinderen Apostolos en Anna.

Tot voor kort runden zij hun bloemenwinkel 'Anthodesmos' in het centrum van de stad. Door de financiele crisis en het ingrijpende bezuinigingsbeleid moesten zij 'de Nederlandse bloemenwinkel in het hart van Piraeus' helaas sluiten.

Geertje, freelance schrijfster en bloembindster, schrijft over haar ervaringen in het Griekenland van de crisis en zoekt daarbij altijd naar lichtpuntjes.

woensdag 30 mei 2012

"Mensenpakhuizen"



Maandag
Met een stralende glimlach verschijnt hij in de deuropening,op zijn arm een paar bossenkraakverse bloemen. Pakistaan,schat ik zijn uiterlijk in.Waarschijnlijk woont hij met nog 10,of 20 landgenoten in een illegaal gehuurd appartement. Of met een massa illegale migranten in een leegstaande fabriek. 'Mensenpakhuizen', stond er in de krant. Behalve bloemenventer is hij ook "rakoselectis": hij scharrelt is de vuilnis,veelal naar metalen objecten. "Dio evro",zegt hij ,met een  accent."Twee euro". Ik kan dezelfde bloemen niet inkopen voor die prijs, bedenk ik,en vertel hem dat ik ook bloemen verkoop. Hij lijkt geen jota te begrijpen van mijn woorden,en loopt met zijn glimlach door naar de volgende winkel.

Dinsdag
Een zigeunerin trekt met haar karretje planten langs de winkels."Drie euro",roept ze. Als ik weiger  vraagt ze of ik misschien een kijkje in de toekomst wil nemen voor een zacht prijsje. Verwensingen mompelend in haar eigen taal vertrekt ze.

Woensdag
“Tzamia,dio evro”,zegt een donkere jongen. Met 3 Griekse woorden probeert hij brood op de plank te krijgen:”Ramen,twee euro.”Met zijn emmer en spons leurt hij langs de winkels. Even later verschijnt een jonge Afrikaan met een enorme bos sokken.”Heel goed,en niet duur”,prijst hij zijn waren aan. Ik leg uit dat ik de zwarte markt niet kan steunen: ik heb een winkel. Ik betaal belasting,huur,verzekeringen en zelfs voor de stoep waarop ik mijn planten buiten zet. Langs me heen schuift hij de winkel binnen,waar hij zijn volgende potentiele klant denkt te zien zitten:Vassilis.

Donderdag
In de havenstad Patras wordt een man beroofd en vermoord door Afganen. De stad is in rep en roer. Duizenden illegale migranten wonen in een leegstaande fabriek,en worden gedoogd en geholpen door de bevolking,die hen kleding en maaltijden verstrekken.Met de moord op ‘een van ons’ komen de migranten in een ander licht te staan.De mensen in Patras zeggen zich onveilig te voelen. Een vader vertelt dat hij zijn kinderen voorlopig niet buiten zal laten spelen. De nazistische partij ‘Gouden Dageraad’ ziet zijn kans schoon,en massaal trekken partijleden naar Patras,om de oorlog tegen migranten aan te gaan, gewapend met messen en stenen.

Vrijdag.
 Sotiris,collega bloemist,bij wie ik even langsga, voelt zich verre van veilig.”Ik ben al 5 keer overvallen,het is een ramp!”,zegt hij in zijn kleine winkel,in hartje Athene.Ook Anna,dik in de zestig,kan over  onveiligheid  meepraten: ze heeft  al diverse malen het mes-letterlijk- op haar keel gehad,en de dagomzet meegegeven om het vege lijf te redden.Ze draait tegenwoordig de deur van haar buurtwinkel-die tot 10 uur ‘s avonds open is-op slot. Ze heeft haar winkel al ruim dertig jaar en weet voor wie ze opendoet. ”De buurt verandert”, vertelt ze”,er komen steeds meer buitenlanders bij.”

Zaterdag
Uit de buurwinkel  wordt een schilderij gestolen.Alhoewel de meeste winkeliers buiten waren op het moment van het misdrijf,heeft niemand iets gezien.Natasha,de eigenares van het gestolen voorwerp heeft een idee:”Misschien moet ik gewoon de Gouden Dageraad eens bellen.” De nazistische partij staat bekend om zijn directe hulp aan burgers. ”Dan moet je een ding niet vergeten,” zegt Yannis.Natasha,en alle buren die zich voor haar winkel verzameld hebben,kijken Yannis vragend aan.”Sperneis aera,therizeis thyelles”,zegt hij. ”Wie wind zaait,zal storm oogsten.”Hopenlijk denkt men daar ook aan bij de verkiezingen van 17 juni.


(Gepubliceerd in "Reformatorisch dagblad", Mei 2012) 

woensdag 23 mei 2012

"Waarom ben je dan nog hier?"



Maandag
   "We gaan terug naar de Drachme!",roept mijn buurvrouw opgewonden, het penseel
nog in de hand. "Ze zeggen het op de radio."Natasha schildert en verkoopt lijsten,en
luistert de hele dag naar een ratelende verslaggever,die de luisteraars bedelft onder
zijn visie op de actuelen gebeurtenissen.
   Mijn klant kijkt even verbaasd op,dan concentreert ze zich weer op het uitkiezen
vanbloemen, voor de doopversiering van haar dochter.Ze wil graag droogbare
materialen, zodatze het bloemstukje kan bewaren. Mocht haar dochter ooit trouwen
betwijfelt ze of er geldvoor bloemen zal zijn.
   Tot mij verwondering is dit de derde doopversiering die ik binnen een week afsluit.
Natuurlijkis het 'doopseizoen' nu begonnen: de kinderen worden 3
maal-spiernaakt-ondergedompeldin het doopvont,dus 's winters wordt er nauwelijks
gedoopt.Maar het geboortecijfer is enormgedaald: Veel mensen besluiten geen
kinderen te krijgen in deze onzekere tijd.Ook het aantalmiskramen is om
onverklaarbareredenen enorm toegenomen. Al vermoeden artsen datde stress-die
de crisisperiodemeebrengt-de oorzaak is. Maar de grootste oorzaak vanhet lage
geboortecijfer iswel de uittocht van jongeren naar het buitenland.
   De ouders hebben begrip voor het wegtrekken van hun kinderen.Al blijven ze vaak
metbloedend hart achter, hopen zij op een betere toekomst voor hun nazaten. Minder
begripis er voor Nederlanders,en andere buitenlanders,die 'een andere deur' hebben,
maar toch hierblijven."Kom je uit Nederland?",vraagt ook mijn klant vandaag,"Waarom
ben je dan nog hier?"Ik krijg geen tijd om het uit te leggen: de telefoon gaat. Het is Pia
van de NederlandseVereniging. "We moeten elkaar allemaal steunen",vindt Pia."
Als jij wat bloemwerk voor onsevent brengt,maken wij reclame voor jouw winkel
op de uitnodigingen."

Vrijdagavond.
   We zitten met een groep vrouwen,en enkele mannen in de koffieruimte bij de
NederlandseVereniging in Athene.
  "Je moet eens wat vaker komen",zegt een fragiel vrouwtje, met rossig haar,naast me.
"We slepen elkaar door de situatie heen." Er zijn heel wat leden teruggegaan naar
Nederland,vertelt de vrouw die koffieschenkt,het meest jonge gezinnen. "Maar wij
redden het wel,want we houden van Griekenland!",roept een vrouw met Rotterdams
accent."Ik ga hiervoor geen goud meer weg",valt een Belgische haar bij,"We hebben
geleerd te doen met minder,en zijn daar niet slechter van geworden." Al deze
Nederlanders voelen zich verbonden met hetland en het volk achter de negatieve
berichtgeving en cijfers,en kiezen ervoor te blijven.
  Wel maken ze zich zorgen om de jeugd,de hoge werkeloosheid,de lage lonen. "Hoe
zal detoekomst eruit zien?",verzucht iemand."Wij hier,en zij daar",komt het antwoord.
Ouders inGriekenland, kinderen in Nederland.Ik vraag Apostoli,die in Nederland wil
komen studeren,hoe hij het ziet."Ik ga proberen terug te komen",zegt hij,"ik wil
Griekenland helpen"."Maar hier is toch geen toekomst?",vraag ik."Mam",zegt Anna,die
het roerend met Apostoli eens is, "Wij zijn detoekomst."


(Gepubliceerd in "Reformatorisch dagblad", Mei 2012)

woensdag 16 mei 2012

"Ik wil bodem onder mijn voeten voelen"

„Ik hoop op nieuwe verkiezingen”, zegt Dimitris, eigenaar van de kranten-
en sigarenwinkel aan de overkant. „Misschien komt dan Syriza (Linkse Coalitiepartij)
 als eerste uit de bus.We moeten van de twee grote partijen af, die al zoveel
jaren het land ruineren.” Syriza kwam nu als tweede partij uit de verkiezingen
van 6 mei. Alle pogingen een coalitie te vormen lopen op niets uit.Tsipras zegt alleen
te kunnen samenwerken wanneer de Nieuwe Democraten en Pasok hun steun voor het
memorandum terugnemen. Partijvoorzitters Samaras en Venizelos denken niet over
te tekenenvoor „de vernieling van Griekenland”, zoals ze het zelf noemen, door hun
steun voor hetbezuinigingsaccoord met de EU in te trekken.

Dimitris is niet zo bang voor de vernieling van het land: „Laat ons maar bankroet
gaan”, zegt hij. „Ik wil bodem onder mijn voeten voelen.We zijn nu al twee jaar in
 vrije val en we vallen nog steeds. Als we een bodem bereiken kunnen we weer
opklimmen.” In zijn winkel lijkt het net een politieke vergadering.Mensen discussieren
 –druk gebarend– over politiek. De klanten hebben geen spijt van hun keuze bij de
 afgelopen verkiezingen, waarbij ze de twee traditionele partijen afstraften door
links te stemmen. „Niets dan ellende brachten ze ons”, meent Periclis: „dalende
lonen,werkeloosheid,en welig tierende corruptie. Bij de nieuwe verkiezingen zal
links een meerderheid halen.” „Het is een chaos”, zegt Jannis, die een krant koopt.
„Ik had gehoopt op een snelle kabinetsformatie, we hebben stabiliteit nodig.”
Zijn krant informeert  hem dat Griekenland het enige land is dat ooit, in vredestijd,
 voor het vijfde jaar in recessie is.  Aglaia, die haar stomerij om de hoek heeft,
vraagt zich vertwijfeld af hoe het mogelijk is dat het land nog steeds niet bankroet is.
Ze snapt niet veel van het gecompliceerde financiele systeem, zegt ze, maar weet wel
dat je in het ziekenhuis tegenwoordig zelf medicijnen moet aandragen. Dat de scholen
en universiteiten geen cent in kas hebben. Dat wanneer haar kind
een dokter nodig heeft dat ineens heel moeilijk blijkt te zijn, omdat het ziekenfonds
de artsen niet betalen. Dat haar schulden oplopen en vandaag of morgen de stroom
kanworden afgesloten. „Wij zijn toch allang failliet?”, vindt ze. Ze neemt een krant uit
het rek. Op de voorpagina prijkt een spotprent. Onder de kop ”Waar is het vaste
land?” roepen alle politieke figuren die samen op een schip ronddobberen: „Daar!”
Iedereen wijst een andere kant uit. Alle klanten kijken naar de spotprent. „Het schip
 zou halfgezonken moeten zijn”,zegt iemand.

President Papoulias doet een laatste poging het politieke schip te redden, en een
regering van prominente personen (technocraten) te vormen, met de steun van partijen
die een parlementaire meerderheid vormen.Ook deze poging lijdt schipbreuk.
'Nieuwe verkiezingen in juni',koppen alle kranten vandaag. „Kai o Theos boithos”,
zeggen de mensen. Moge God ons helpen.


(Gepubliceerd in "Reformatorisch dagblad", Mei 2012)