Geertje Spiliotopoulou-Nieuwenhuis woont met haar man Vassilis in de havenstad van Griekenland, Piraeus, samen met hun kinderen Apostolos en Anna.

Tot voor kort runden zij hun bloemenwinkel 'Anthodesmos' in het centrum van de stad. Door de financiele crisis en het ingrijpende bezuinigingsbeleid moesten zij 'de Nederlandse bloemenwinkel in het hart van Piraeus' helaas sluiten.

Geertje, freelance schrijfster en bloembindster, schrijft over haar ervaringen in het Griekenland van de crisis en zoekt daarbij altijd naar lichtpuntjes.

woensdag 29 augustus 2012

"Thuis!", denk ik blij...





Het vliegtuig komt laag aanvliegen over de havens van Piraeus. Mijn reisje naar Nederland zit er weer op. Ik zie de betonstad beneden onder me voorbij schuiven. De geelbruine deken van smog ligt er dik overheen. Dan zwenkt het vliegtuig uit over het blauwe water van de Saronische golf.  Kleine eilandjes schieten beneden voorbij. “Thuis!”, denk ik blij, en neem me voor snel weer een duik te nemen in het blauwe water.
 Als ik, mijn koffer meezeulend, weer door Piraeus loop, ebt mijn vrolijkheid al gauw weg. Ik sta weer met beide benen op de grond. Het is stil in de stad. Te stil, weet ik. Eind augustus zou alles weer op gang moeten komen. Ik zie enkele winkels die tijdens mijn afwezigheid besloten hebben er de brui aan te geven. Als ik opmerk:” Wat is het stil in de stad!” wordt er meewarig gelachen.” Waarom zou men haast maken terug te komen? Er is toch niets te doen.”
 De zorgen worden vaak meegenomen naar de plekjes buiten de stad. Yannis vertelt: ”Ik zou een week met mijn broer naar ons huisje op Aegina gaan, maar na 2 dagen hield ik het voor gezien. Mijn broer had het alleen maar over de binnengekomen rekeningen en over de kortingen op zijn loon. Als je alle problemen meeneemt kun je net zo goed in de stad blijven”, vindt hij.
 Ik loop even binnen in het krantenwinkeltje van Dimitris. De zwarte zwartheid –zoals de Grieken het zeggen- druipt van de voorpagina’s. ”Kortingen op lonen van politie, diplomaten en rechters “, lees ik. Iedereen weet dat politie nu al een schijntje verdienen.” 50% minder buitenlandse toeristen”, zie ik staan. Vassilis heeft daar als schipper ook veel last van gehad deze zomer. In augustus- altijd de drukste maand in de botenverhuur- heeft hij een paar weken stilgezeten. “Studenten blijven dicht bij huis”, kopt een andere krant. Ouders hebben geen geld voor een kind op kamers. “Met ingang van 1 september moeten we onze medicijnen zelf betalen.” Het is nog onduidelijk hoe, en of we dan nog geld terugkrijgen van het ziekenfonds. “Evangelos Venizelos roept het volk op de regering te steunen ”, lees ik verder.
 Om dit laatste moet Dimitris lachen. “Onze politici zijn niets anders dan marionetten van de Trojka”, vindt hij. “Merkel trekt aan de touwtjes. Bovendien zijn er voorverkiezingen in Amerika. Waarom denk je dat heel Europa ineens roept dat Griekenland in de euro moet blijven? Financiele onrust in Europa is het laatste waarop Amerika zit te wachten. ” “De groep werkelozen is nu groter dan de groep werkenden”, lees ik nog. ”De werkelozen kosten de staat miljarden. ”
 Na een paar weken in Nederland te zijn geweest, krijg ik toch weer maagpijn bij het lezen van zoveel negatieve berichten. Dimitris vindt dat belachelijk: ”Het verandert toch niets aan de zaak?”, vraagt hij. Dat is waar! Ik was even vergeten dat ik al 5 jaar zulke berichten lees. Gelukkig hoor ik bij de soort reizigers dat wel alles van zich af kunnen zetten zodra ze weg zijn.

woensdag 1 augustus 2012

Rollen in drama moeten goed gespeeld worden.



Met het schrikbeeld voor ogen van rijen wachtende, zuchtende, (voor)dringende mensen beklim ik de trappen van het ziekenfondsgebouw. In augustus staat er een reisje naar Nederland op mijn programma, dus ik moet een Europese Verzekeringskaart aanvragen. Daarmee ben ik dan ook in Nederland verzekerd voor ziektekosten.

 Op de tweede verdieping aangekomen, ben ik tot mijn verbazing meteen aan de beurt. De blonde vrouw achter de balie geeft mij een formulier dat ik invul. Als ik klaar ben checkt ze het even, en legt me geduldig mijn vervolgroute uit.

 Ik loop naar de balie aan de overkant waarachter een donkere man op mij zit te wachten. Geen rijen, geen kibbelende mensen over wie er eerst was. Met een serieuze blik bekijkt hij mijn formulier. Tikt wat in op zijn computer. Staart naar het scherm. ”Heb je een nieuw paspoort?” vraagt hij, blij iets gevonden te hebben. Ik knik. Alles verder in orde. Mijn route leidt naar een balie verderop. Opnieuw wordt mijn formulier met Argusogen bekeken. De man kijkt zo bedenkelijk dat ik verwacht dat hij ‘terug naar af, u ontvangt geen verzekeringskaart’ zal zeggen. Maar ik mag door naar de derde verdieping.

Intussen heb ik al drie maal een half uur wachttijd uitgespaard. Onbekend waarom het zo rustig is hier.Net als op het postkantoor, en in de hele stad. En op de eilanden vertelde Vassilis me. Nee, ze zijn niet met vakantie. Waar alle mensen zijn is een raadsel. Zit iedereen thuis? Geen geld om de premie te komen betalen? Achterstallige betalingen, en hier dus niets te zoeken?
 Ik loop een kantoor binnen waarin 4 ambtenaren zitten. Geen enkele verzekerde te bespeuren. Een jongeman met een brilletje komt op me af lopen, plukt het formulier uit mijn handen en begint druk te werken.  “Wat is dit”, vraagt hij ineens verbaasd, “Che…Che-e….. is dit uw naam?” “Dit is de vertaling van mijn Nederlandse naam, zeg ik bijna verontschuldigend. Hij glimlacht en tikt mijn gegevens in op de kaartmachine. Twee minuten later rolt mijn felbegeerde verzekeringskaart eruit. De ambtenaar komt achter zijn bureau vandaan met mijn formulier, een pen en een blik alsof we een miljardencontract gaan ondertekenen. “Schrijft u hieronder uw naam voluit”, zegt hij. Ik doe het. “En de datum”. Ik schrijf het op. “Dan uw paspoortnummer”. Die kan ik inmiddels wel dromen. Hij wijst: ”Hier uw handtekening.” Ik krabbel. De Europese Verzekeringskaart landt in mijn handen. 

Natuurlijk ga ik nu niet denken dat men in Nederland zoiets met een telefoontje regelt. Of met 3 minuten achter de computer. Alles verloopt in Griekenland  wat  dramatischer. Het drama is tenslotte door de Grieken zelf uitgevonden, en: ‘ If you can’t beat them, join them’. Ook zeg ik niet tegen de ambtenaar met het brilletje: ”Al mijn gegevens staan toch al bovenaan op het formulier. En in het bestand van de computer.” Nee, dat zou te nuchter zijn. Te westers. De rollen in het drama moeten goed gespeeld worden. Blij met mijn kaart ren ik de trappen af, de zinderende hitte tegemoet.