Als zwammen op
rot hout floreert de nazistische partij ‘de Gouden Dagenraad’ in het zwartst
van de crisis. Volgens opiniepeilingen zou het zelfs de derde grootste partij
zijn in Griekenland. Partijleden en volgelingen sloven zich vreselijk uit.
Gekleed in zwarte t-shirts, waarop grote letters de partijnaam schreeuwen,
struinen zij over markten, speurend naar verkopers zonder vergunning. Wanneer
de vergunning niet op commando getoond kan worden slaan ze de boel kort en
klein. Achteraf blijkt er soms toch een vergunning te zijn.
In het hartje van Athene organiseert de partij
een mooie actie: voedseluitdeling. Dozen met peulvruchten, rijst, fruit,
aardappels, vis, en meer etenswaren staan te wachten op hongerige….Grieken, die
hun indentiteitsbewijs moeten tonen om een zak etenswaren te bemachtigen. Migranten mogen alleen watertandend toekijken.
Een vrouw, die wel haar Griekse indentiteit kan laten zien, maar een ‘verdacht’
accent had, vanwege enkele ontbrekende tanden, wordt door de Gouden Dageraders
weggestuurd met de boodschap bij een andere politieke partij kaviaar te gaan
halen. Er is genoeg voor duizenden mensen, maar er maken slechts 500 personen
gebruik van de actie. De rest van de Grieken weigert te eten uit de hand van
Nazi’s.
Een andere actie van de partij is het bloed
afnemen voor de bloedbank, op zich een prachtig initiatief. Partijleiders geven
het goede voorbeeld en laten een buisje bloed aftappen, onder het licht van de
camera’s van een groep journalisten. “Het bloed”, verklaarde de partij, “mag
alleen gebruikt worden voor Griekse patienten”. De politiek reageerde furieus.
De bloedbank verklaarde wel blij te zijn met de actie, maar het bloed te
gebruiken voor alle mensen die het nodig hebben zonder onderscheid te maken in
ras of religie.
Tegelijkertijd
circuleert er een petitie op internet, die we kunnen ondertekenen: een groep mensen vindt dat de partij verboden moet
worden omdat het geen democratische partij is.
“Kijk, daarom
hebben we de Gouden Dagenraad nodig!”, roept mijn collega winkelier bij alles
wat zij als onrecht beschouwd. Dit kan varieren van een verkeerd geparkeerde
auto die haar in de weg staat, tot een migrant die dezelfde handel als zij
zwart verkoopt. Als ik met haar in gesprek ga, merk ik dat ze helemaal niet
achter de ideeen van de partij staat. “Waarom maak je dan iedere dag propaganda
voor de partij?” vraag ik haar. “Omdat er geen staat is”, zegt ze, “we kunnen
bij niemand anders terecht.”
Een noodsprong van mensen zonder hoop ,denkt
mijn klant die heeft meegeluisterd. Ze worden achtervolgd door rekeningen en
alsmaar oplopende belastingen. De zorg is failliet, nu moeten ze ook de medicijnen
en doktersbezoek uit eigen zak betalen.
Ze zien geen lichtpuntjes meer, in dit land waar de economie nagenoeg stilligt,
en wenden zich tot de ultrarechtse partij die nog iets voor hen doet.
De Trojka onderhandelt met de regering over
nieuwe bezuinigingen. Het mes gaat weer in de lonen en de pensioenen. “Kijk”,
zegt mijn collega winkelier, en opent haar hand waarin wat kleingeld ligt, “dit
is het enige wat ik op het moment heb.” Het belooft een moeilijke winter te
worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten