Met het
schrikbeeld voor ogen van rijen wachtende, zuchtende, (voor)dringende mensen
beklim ik de trappen van het ziekenfondsgebouw. In augustus staat er een reisje
naar Nederland op mijn programma, dus ik moet een Europese Verzekeringskaart
aanvragen. Daarmee ben ik dan ook in Nederland verzekerd voor ziektekosten.
Op de tweede verdieping aangekomen, ben ik tot
mijn verbazing meteen aan de beurt. De blonde vrouw achter de balie geeft mij
een formulier dat ik invul. Als ik klaar ben checkt ze het even, en legt me
geduldig mijn vervolgroute uit.
Ik loop naar de balie aan de overkant
waarachter een donkere man op mij zit te wachten. Geen rijen, geen kibbelende
mensen over wie er eerst was. Met een serieuze blik bekijkt hij mijn formulier.
Tikt wat in op zijn computer. Staart naar het scherm. ”Heb je een nieuw
paspoort?” vraagt hij, blij iets gevonden te hebben. Ik knik. Alles verder in
orde. Mijn route leidt naar een balie verderop. Opnieuw wordt mijn formulier
met Argusogen bekeken. De man kijkt zo bedenkelijk dat ik verwacht dat hij
‘terug naar af, u ontvangt geen verzekeringskaart’ zal zeggen. Maar ik mag door
naar de derde verdieping.
Intussen heb ik
al drie maal een half uur wachttijd uitgespaard. Onbekend waarom het zo rustig
is hier.Net als op het postkantoor, en in de hele stad. En op de eilanden
vertelde Vassilis me. Nee, ze zijn niet met vakantie. Waar alle mensen zijn is
een raadsel. Zit iedereen thuis? Geen geld om de premie te komen betalen?
Achterstallige betalingen, en hier dus niets te zoeken?
Ik loop een kantoor binnen waarin 4 ambtenaren
zitten. Geen enkele verzekerde te bespeuren. Een jongeman met een brilletje
komt op me af lopen, plukt het formulier uit mijn handen en begint druk te
werken. “Wat is dit”, vraagt hij ineens
verbaasd, “Che…Che-e….. is dit uw naam?” “Dit is de vertaling van mijn
Nederlandse naam, zeg ik bijna verontschuldigend. Hij glimlacht en tikt mijn
gegevens in op de kaartmachine. Twee minuten later rolt mijn felbegeerde
verzekeringskaart eruit. De ambtenaar komt achter zijn bureau vandaan met mijn
formulier, een pen en een blik alsof we een miljardencontract gaan
ondertekenen. “Schrijft u hieronder uw naam voluit”, zegt hij. Ik doe het. “En
de datum”. Ik schrijf het op. “Dan uw paspoortnummer”. Die kan ik inmiddels wel
dromen. Hij wijst: ”Hier uw handtekening.” Ik krabbel. De Europese
Verzekeringskaart landt in mijn handen.
Natuurlijk ga ik
nu niet denken dat men in Nederland zoiets met een telefoontje regelt. Of met 3
minuten achter de computer. Alles verloopt in Griekenland wat dramatischer. Het drama is tenslotte door de
Grieken zelf uitgevonden, en: ‘ If you can’t beat them, join them’. Ook zeg ik
niet tegen de ambtenaar met het brilletje: ”Al mijn gegevens staan toch al
bovenaan op het formulier. En in het bestand van de computer.” Nee, dat zou te
nuchter zijn. Te westers. De rollen in het drama moeten goed gespeeld worden.
Blij met mijn kaart ren ik de trappen af, de zinderende hitte tegemoet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten