Geertje Spiliotopoulou-Nieuwenhuis woont met haar man Vassilis in de havenstad van Griekenland, Piraeus, samen met hun kinderen Apostolos en Anna.

Tot voor kort runden zij hun bloemenwinkel 'Anthodesmos' in het centrum van de stad. Door de financiele crisis en het ingrijpende bezuinigingsbeleid moesten zij 'de Nederlandse bloemenwinkel in het hart van Piraeus' helaas sluiten.

Geertje, freelance schrijfster en bloembindster, schrijft over haar ervaringen in het Griekenland van de crisis en zoekt daarbij altijd naar lichtpuntjes.

woensdag 16 mei 2012

"Ik wil bodem onder mijn voeten voelen"

„Ik hoop op nieuwe verkiezingen”, zegt Dimitris, eigenaar van de kranten-
en sigarenwinkel aan de overkant. „Misschien komt dan Syriza (Linkse Coalitiepartij)
 als eerste uit de bus.We moeten van de twee grote partijen af, die al zoveel
jaren het land ruineren.” Syriza kwam nu als tweede partij uit de verkiezingen
van 6 mei. Alle pogingen een coalitie te vormen lopen op niets uit.Tsipras zegt alleen
te kunnen samenwerken wanneer de Nieuwe Democraten en Pasok hun steun voor het
memorandum terugnemen. Partijvoorzitters Samaras en Venizelos denken niet over
te tekenenvoor „de vernieling van Griekenland”, zoals ze het zelf noemen, door hun
steun voor hetbezuinigingsaccoord met de EU in te trekken.

Dimitris is niet zo bang voor de vernieling van het land: „Laat ons maar bankroet
gaan”, zegt hij. „Ik wil bodem onder mijn voeten voelen.We zijn nu al twee jaar in
 vrije val en we vallen nog steeds. Als we een bodem bereiken kunnen we weer
opklimmen.” In zijn winkel lijkt het net een politieke vergadering.Mensen discussieren
 –druk gebarend– over politiek. De klanten hebben geen spijt van hun keuze bij de
 afgelopen verkiezingen, waarbij ze de twee traditionele partijen afstraften door
links te stemmen. „Niets dan ellende brachten ze ons”, meent Periclis: „dalende
lonen,werkeloosheid,en welig tierende corruptie. Bij de nieuwe verkiezingen zal
links een meerderheid halen.” „Het is een chaos”, zegt Jannis, die een krant koopt.
„Ik had gehoopt op een snelle kabinetsformatie, we hebben stabiliteit nodig.”
Zijn krant informeert  hem dat Griekenland het enige land is dat ooit, in vredestijd,
 voor het vijfde jaar in recessie is.  Aglaia, die haar stomerij om de hoek heeft,
vraagt zich vertwijfeld af hoe het mogelijk is dat het land nog steeds niet bankroet is.
Ze snapt niet veel van het gecompliceerde financiele systeem, zegt ze, maar weet wel
dat je in het ziekenhuis tegenwoordig zelf medicijnen moet aandragen. Dat de scholen
en universiteiten geen cent in kas hebben. Dat wanneer haar kind
een dokter nodig heeft dat ineens heel moeilijk blijkt te zijn, omdat het ziekenfonds
de artsen niet betalen. Dat haar schulden oplopen en vandaag of morgen de stroom
kanworden afgesloten. „Wij zijn toch allang failliet?”, vindt ze. Ze neemt een krant uit
het rek. Op de voorpagina prijkt een spotprent. Onder de kop ”Waar is het vaste
land?” roepen alle politieke figuren die samen op een schip ronddobberen: „Daar!”
Iedereen wijst een andere kant uit. Alle klanten kijken naar de spotprent. „Het schip
 zou halfgezonken moeten zijn”,zegt iemand.

President Papoulias doet een laatste poging het politieke schip te redden, en een
regering van prominente personen (technocraten) te vormen, met de steun van partijen
die een parlementaire meerderheid vormen.Ook deze poging lijdt schipbreuk.
'Nieuwe verkiezingen in juni',koppen alle kranten vandaag. „Kai o Theos boithos”,
zeggen de mensen. Moge God ons helpen.


(Gepubliceerd in "Reformatorisch dagblad", Mei 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten